vosje
© Gerrit Vosmeijer


Dammen met Gerrit


Kaplan GMI


damset





Oprukken naar het kerkhof 2, (1989-3) GMI Kaplan

middels 27-22x22

8

 

Na de tweede zet van wit is het wel duidelijk hoe zwak zwart staat. Het is een gatenkaas zonder verdediging.

8a

 

2. ... 16-21?

Wit wint.

8b

 

2. ... 14-20?

Zwart komt zonder enige verdediging.

9

 

Een schijf in het blokje 4,5,9,10 wordt hier node gemist.

10

 

Wit maakt gebruik van zwart's zwakke linkervleugel.

Op 1. ... 21-26 speelt u 39-34 en 33-29!

11

 

Zwart heeft teveel kaal op de linkervleugel. Wit heeft daar als het ware twee kanonnen tegenover staan in de lijnen 36-27 en 37-28.

En weer eens een verrassend hieltje.

12

 

Wit verwachtte een schijf te winnen met deze interessante manoeuvre. Het is overigens niet duidelijk hoe zwart hierna zijn rechtervleugel kan verdedigen.

13

 

Wit wint een schijf.

14

 

Wit voorkomt de opstoot 17-22x22.

15

 

Na 2. ... 03-08 zou wits plan ook doorgaan. Op 2. ... 11-16 3. 22-17 03-08 4. 28-23 19x28 5. 32x23 40-34!

15a

 

En de zwarte defensie is verloren gegaan.

16

 

Andreiko - Fainberg, 1968.

Zwart's antwoord 1. ... 12-18 is precies waar wit op aanstuurde. Mede gezien het feit dat 4 onbezet is speelde wit hier bewust op. Zwart had de bedoelingen van wit niet door. Zie ook de verdediging dia 16a.

16a

 

Wit hoeft zijn plan niet te wijzigen.

16b

 

In plaats van 28-23 (met ruil) kan ook 28-22 (zonder ruil). Daarna zal echter nog heel wat geblokt moeten worden. Studie!

17

 

Het verschil met dia 16 is, dat zwart hier wel een schijf heeft op 04. Hierdoor is 27-22 nu fout. Bestudeer het zeer leerzame verloop. Hoezo, dammen is een rotsport??

18

 

Shogolev - Agafonov 1964.

27-22? Een gevaarlijke zet omdat 46 ontbreekt.

18a

 

2. 31-27?

18b

 

2. 47-42?

Deze stand is wel 10 minuten waard om bekeken te worden. Zwart is aan zet en ga nu eens alle zwarte zetten na. Tot hoeveel foute komt u? Is er wel een goede bij?

19

 

Indien 5. 25x34? dan volgt 12-18 6. 28x19 18x47! Ook dit is weer een erg leerzaam gedeelte.

20

 

De ruil naar 22 kan hier niet uit, omdat het zwart in de gelegenheid stelt 14-19 te spelen. Dan is 49-43 of 44 verhinderd door 19-23 etc. Zo te zien blijft er maar één speelbare zet over n.l. 39-34. Maar ...

21

 

De beste voortzetting is het onstabiele centrum te verwijderen via 1. 28-22 17x28 2. 33x22.

Wit koos voor een ander plan, waardoor zwart de kans kreeg 22 en 28, die onvoldoende steun hebben, aan te vallen.

21a

 

In het vorige dia speelde zwart sterk 2. ... 04-10! om 10-14-19 te vormen. Hier ziet u de gevolgen wanneer hij direct 24-29 had gespeeld. Er is minder voordeel.

22

 

W. Korchow - V. Kaplan, 1960.

Wit heeft een probleem op de rechtervleugel. Hergroeperen is er niet bij en 45 staat niet leuk. Een klein voorbeeld: 1. 45-40 11-16 2. 48-43 15-20 en wit kan niet ruilen naar 30. Daarom komt wit tot 1. 27-22. Zwart weet daarop een doorbraak te forceren op de witte linkervleugel.